Beledigende broccoli 

Boekbespreking

Tim ’s Jongers

Het boekje “Beledigende broccoli” (de titel wordt verderop uitgelegd) is geschreven door Tim ’s Jongers, een man met een bijzondere levensloop. In zijn jeugd leefde hij in armoede, later heeft hij zich daaraan weten te onttrekken. Hij studeerde politieke wetenschappen in Antwerpen en verhuisde daarna vanuit België naar Den Haag. Hij haalde een master publiek management aan de universiteit van Leiden, faculteit Bestuurskunde, en deed jarenlang onderzoek in achterstandswijken. Hij werd senior adviseur bij de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS). Daar hield hij zich bezig met verschillen in de samenleving en de gevolgen daarvan voor de gezondheid. Sinds 1 september 2022 is ’s Jongers directeur van de Wiardi Beckman Stichting.

In zijn boekje, dat bestaat uit lezingen en columns, deelt hij zijn persoonlijke ervaringen. Hij werkte rond zijn dertigste in Antwerpen in een nachtopvang voor dakloze mensen met een verslaving. Wanneer zijn dienst er op zat fietste hij, in een paar minuten tijd, naar de universiteit om politieke wetenschappen te studeren. De gasten in de nachtopvang waren door de samenleving losgelaten, meestal al in een vroeg stadium. Wat hij waarnam was, dat verslavingen als regel het gevolg zijn van trauma’s en een gevoel van eenzaamheid, die al vroeg in het leven zijn ontstaan. Er bestaat een grote afstand tussen de wereld van de hoopvollen en de wereld van de hooplozen. ’s Jongers gebruikt deze termen consequent in zijn betoog. In zijn tijd in Antwerpen doelde hij met deze termen op de universiteit enerzijds en de dakloze drugsverslaafden anderzijds. Meer in het algemeen gaat het om de wereld van goed opgeleide en goed betaalde mensen, bijv. bij de overheid, en de wereld van de mensen die in armoede leven, zonder uitzicht op verbetering. Beide werelden, de hoopvollen en de hooplozen, zijn onbekend met elkaar. 

In een conferentie bij de RVS over gezondheidsverschillen nam hij waar, dat het alleen maar ging over die mensen in de achterstandswijken. Die moesten veranderen. Wat werd besproken over kwetsbare burgers kwam uit een realiteit die ver af staat van de realiteit van de kwetsbare burgers. Hij stelde voor de methode om te draaien: een groot aantal mensen uit achterstandswijken bij elkaar zetten en hen vragen wat er moet veranderen in de wereld van de hooggeleerden. Bestaansonzekerheid speelt een grote rol bij sociale uitsluiting. Ruim een kwart van de Nederlanders heeft geen zekerheid in basisbehoeften als wonen, inkomen, werk, dagbesteding en gezondheid. Als men eenmaal in bestaansonzekerheid verkeert, is er weinig nodig om echt door het ijs te zakken. Over aanpak en oplossingen wordt geadviseerd door mensen die niet in bestaansonzekerheid verkeren. ’s Jongers wilde de hooplozen een podium bieden, waardoor de raad kon begrijpen hoe concrete bestaansonzekerheid er uitziet. Hij zag dat de hoopvollen die ver van de leefwereld van de hooplozen afstaan er beleid op maken en erover uitstorten. De hoopvollen hebben macht over de hooplozen zonder hen te kennen, constateerde hij.

Als voorbeeld noemt hij preventief gezondheidsbeleid. Dat gaat ervan uit, dat mensen die lager op de maatschappelijke ladder staan ongezondere keuzes maken. Maar als je een uitzichtloos leven moet leiden, heb je niet de mogelijkheid om gezonde keuzes te maken. Je hebt dan wel andere problemen aan je hoofd. Preventie zou dus niet altijd gericht moeten zijn op het bevorderen van een gezonde levensstijl of interveniëren in gedrag, maar ook op achterliggende oorzaken: de armoede, de druk op zelfredzaamheid en het verlies aan autonomie dat ervaren wordt. Zo kun je proberen aan kinderen uit te leggen dat broccoli gezond is en goed voor je vitamineopbouw, maar als het kinderen zijn die zonder ontbijt naar school zijn gekomen, is het geen hulp maar eerder een belediging. Het is beter om gezond eten ter sprake te brengen, nadat je de kinderen op school een ontbijt hebt verstrekt.

Ook stelt ’s Jongers dat het niet volstaat gebruik te maken van ervaringsdeskundigheid. Hij wil ervaringskennis een meer prominente plek geven in de vormgeving van beleid en uitvoering om de kloof tussen beide werelden te overbruggen. Hij heeft ruim dertig jaar tot de hooplozen behoord. Hij spreekt van mijn mensen, niet die mensen. Zo moet bijvoorbeeld een onderzoeksvraag over achterstandswijken niet geformuleerd worden door de beleidsmakers maar door de bewoners. En het doorvoeren van veranderingen moet met inspraak van de bewoners gebeuren. Deze aanpak betekent wel, dat we er tijd voor moeten vrijmaken en ervoor moeten zorgen dat mensen kunnen meepraten. We moeten hen in staat stellen op een gelijkwaardige manier deel te nemen aan de opstelling, uitvoering en evaluatie van plannen. Het betekent ook hen benaderen als mens en niet als drager van het probleem. In een veilige dialoog moet men eigen wereldbeelden en eigen mensbeelden kunnen loslaten. Deze benadering zal uiteindelijk tot meer effect leiden, betoogt ’s Jongers.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.