
Dit is mijn vijftigste column voor de lokale krant. Aanleiding voor mij om eens terug en ook vooruit te kijken. Nu het jaar ten einde loopt is het daar ook de goede tijd voor.
De afgelopen vijf jaren heb ik in mijn columns over uiteenlopende onderwerpen geschreven die alle te maken hebben met het thema duurzaamheid. Wat mij, als ik terugkijk, vooral opvalt is hoe weinig wij leven in het besef van onze afhankelijkheid van de aarde. Wij leven van wat de aarde ons biedt. De aarde levert ons voedsel, water, lucht en mooie natuur. Maar de laatste eeuwen is het profiteren van de aarde in een stroomversnelling geraakt. We exploiteren de aarde, we maken alles in steeds hoger tempo op, we laten ons afval achter, in de vorm van CO2-uitstoot en plastic, zonder ons te bekommeren hoe lang dit zo kan doorgaan.
Eerder heb ik wel eens aandacht besteed aan Earth Overshoot Day. Dat is de datum waarop de vraag van de wereldbevolking naar natuurlijke hulpbonnen groter is dan wat de aarde kan opbrengen. Dit jaar viel die dag op 24 juli. We leven met zijn allen dus op te grote voet. Daarbij is er ook nog een groot verschil tussen rijke en arme landen.
Ik las ooit van iemand die zich bij deze situatie leek neer te leggen, en geen heil zag in pogingen om het tij te keren. “Wij moeten leren uitsterven”, was het advies. Ik wil daar niet aan. Mijn advies: wij moeten leren beter met onze natuur, onze leefwereld, onze aarde om te gaan. Meer oog hebben voor investeren in de toekomst en in de generaties die na ons komen. De overheid, het bedrijfsleven, organisaties en instituties en wij allemaal als consumenten en producenten doen er goed aan daaraan bij te dragen. Als wij dat samen doen komt het goed.